Voor een Ootendse stadshal in een groene ruimte

Historiek van de bouw

Tussen 1972 en 1976 werd in Oostende, centraal in de agglomeratie en op een top toeristische ligging, palend aan de zeedijk en de iconische koninklijke gaanderijen uit 1905, een zwembadconstructie opgericht. De zwembadhal had met zijn heroïsche dakschelp tevens een nieuwe architectuurstroming in Vlaanderen een gezicht gegeven: brutalisme, afgeleid van béton brut: zichtbeton. (De term heeft overigens niets met ‘brutaal’ te maken.)
Tijdens het ontwerp vanaf 1970 hadden de architecten Paul Felix en Jan Tanghe ook met succes geijverd voor het behoud van de aanpalende gaanderijen, die het stadsbestuur toen liefst wou afbreken. In het stadscentrum was de afbraak van de koninklijke schouwburg voor de bouw van het Europacentrum reeds een feit.

Het zwembadcomplex bestond uit drie delen: de hal met een 50 meterbad, een dwarsgebouw, en een inkompartij met hellingen en trappen. De zwemhal was het meest merkwaardige deel van het complex door zijn structuur, de openheid op de omgeving en de uitzichten naar de gaanderijen en het Thermae Palace. Via kegelvormige lichtkoepels werd zon op het water geworpen. In het dwarsgebouw werden kinderbad, administratie en cafetaria ondergebracht. Net voor de start van de bouw in 1971 verliet koning Boudewijn definitief zijn aanpalende villa waardoor ook zijn privacyeisen verdwenen en het complex na aanbesteding twee meter hoger uit de grond mocht oprijzen. Dit gaf aanleiding tot trappen, hellingen, plantenbakken en terrassen. Tussen het gebouw en de gaanderijen werd een openluchtbad gebouwd. De materialen waren zichtbeton, betonblokken, rood geschilderde houten ramen en een dak van koper.

Na 40 jaar zwemplezier van 20 miljoen zwemmers onder de zonovergoten betonschelp, maar tevens na een geschiedenis van verwaarlozing, vervuiling, gebrekkig onderhoud, verbouwingen, slordige uitbreidingen met veranda’s en glijbuizen, verminking met oranje zonwering, was een grondige renovatie nodig.

20 miljoen zwemmers later

In 2014 werd een architectuurwedstrijd uitgeschreven voor technische vernieuwing en uitbreiding. De bouwmeester schreef toen: “De specifieke architectuur van het bestaande gebouw uit de jaren zeventig vormt expliciet het uitgangspunt van deze opdracht.” (1) De wedstrijd werd in 2016 opgedoekt. De jury had immers gekozen voor een megalomaan project. Een openluchtbad op een torenconstructie was spectaculair, maar ook onbetaalbaar en onbruikbaar in het Belgisch klimaat. Het idee van renovatie van het bestaande zwembad was verdwenen. Ondertussen werd een nieuw zwembad gebouwd twee kilometer verder. Tijdens het street art festival “Crystal Ship” werd de flank van het zwembadcomplex volledig beschilderd, als een uitnodiging tot afbraak.
Op 16 mei 2021 besloot het schepencollege tenslotte, na jaren stilzwijgen, twee weken na sluiting, te kiezen voor afbraak en tabula rasa.

Oud erfgoed en jong erfgoed maken het geheugen van de stad

Drie soorten erfgoed staan op deze plaats bijeen. De neo-klassieke gaanderijen uit 1906. Het neo-klassieke en art deco-thermaecomplex uit 1933 en de modernistische zwembadhall uit 1976. Een unieke combinatie van jong en oud erfgoed. Het jong erfgoed is door zijn stoere architectuur een controversieel gebouw, en de zware verminkingen hebben zeker ook niet bijgedragen tot waardering, integendeel.

 

Afbraak van erfgoed?

Oostende heeft een traumatische geschiedenis van afbraak van haar eigen identiteit. In de jaren vijftig keek men neer op de vele getuigen uit de Belle Epoque. Het schitterende zeedijkfront werd dan ook in de jaren vijftig, zestig één voor één genadeloos afgebroken voor het opkomende massatoerisme. Ook het Thermae Palace en de gaanderijen stonden in 1971 op de afbraaklijst, maar werden gered. Het stationsgebouw werd kort erna na een actie eveneens gered. Afbraak van het kursaal werd in 1998 verhinderd, onmiddellijk gevolgd door de afbraak van de art deco-constructies met het iconische zeedijkuurwerk en de bad- en strandinstallaties.

Dat het stadsbestuur nu in haar mededeling uitpakt met deze foto uit 1906, zonder het Thermae Palace uit 1933, is veelbetekenend voor de verwarring over wat erfgoed is. “Een groene open ruimte, zoals die er bijna 80 jaar was bij de Koninklijke Gaanderijen, kan de erfgoedwaarde van de omgeving verhogen.” (2) is het onderschrift bij deze persmededeling. Staat dan ook dit Thermae Palace Hotel blijkbaar in de weg?
Nu staat hier erfgoed bijeen uit de tijd van Leopold II, uit de jaren dertig, en uit de jaren zeventig. Moeten we de geschiedenis dan wegvegen om enkel die van Leopold II over te houden? Oostende heeft, zoals elke stad, een geschiedenis van botsende tijdsbeelden.

Een afbraak van jong erfgoed vaagt het kort termijn geheugen weg en wordt de aanloop naar een demente stad.

De adviezen van Onroerend Erfgoed

Het stadsbestuur moet nu de toestemming vragen om af te breken. Momenteel is er immers nog geen afbraakvergunning van dit gebouw met hoge locuswaarde.
Hoewel het stadsbestuur verwijst naar een zogenaamde instemming van Onroerend Erfgoed om terug te gaan naar de situatie van vóór 1970, blijkt dat zeker niet uit belangrijke, eerdere stellingnames van die dienst die precies het tegenovergestelde schreef. Ook de opname in de officiële erfgoedlijst, de lijst met hoge locuswaarde en diverse standpunten van bouwmeesters spreken dit tegen.

2003
Monumenten en Landschappen (vroegere benaming van de Administratie Onroerend Erfgoed): “We wensen te wijzen op de intrinsiek architecturale waarde van het zwembad waarvan algemeen wordt aangenomen dat het tot de hoogtepunten van de recente architectuur in Vlaanderen behoort.” (3)

2007
Opname in de Inventarislijst bouwkundig erfgoed: “Opname in de inventaris betekent dat zij een vorm van vrijwaring voor de toekomst genieten.” (4)

2010
Oostends Actieplan Onroerend Erfgoed: hoge locuswaarde. “Stelregel is dat zo’n gebouw bewaard blijft.” (5)

2012
Administratie Onroerend Erfgoed aan stad Oostende en de TMVW: “ Met zijn elementaire, functionalistische vormgeving in combinatie met een imposante, haast sculpturale betonstructuur, behoort het zwembad ongetwijfeld tot de belangrijkste uitingen van laat modern brutalisme uit de vroege jaren 70 in België... een van de weinige realisaties uit deze periode, die deze specifieke techniciteit van dit type infrastructuur koppelt aan een kwalitatief hoogstaande vormgeving... Een eventuele slopingsaanvraag (cfr. inventaris van het bouwkundig erfgoed) zullen wij in ieder geval ongunstig adviseren refererend aan de aanwezige erfgoedwaarden.” (6)

2015
Als adviseur bij de jury van de architectuurwedstrijd heeft Onroerend Erfgoed ook steeds gewezen op het belang van dit recent erfgoed als uitgangspunt.

En nu? Erfgoed slopen?

De dienst van de Vlaamse Regering Administratie Onroerend Erfgoed kan uiteraard haar vroegere stellingen niet afvallen en kan dus nooit een gunstig afraakadvies leveren. Ook reconstructies uit heimwee kan ze nooit toelaten. Een internationaal charter over monumentenzorg, het charter van Venetië, verbiedt reconstructies, tenzij na zeer uitzonderlijke traumatische (oorlog of brand) opstandigheden.

De erfpacht concessie.

De grond is van de Vlaamse Regering. De erfpacht concessie van de grond loopt af op 22 december 2022. Dit wordt nu ook als HET voorwendsel gebruikt voor afbraak. Vijf jaar geleden was het uiteraard de bedoeling deze grondconcessie te verlengen. Men wou toen het zwembad immers renoveren. Ook vandaag kan die, na een kort overleg en politieke wil, opnieuw verlengd worden. Of zal men het terrein misschien afsluiten als ontoegankelijk staatseigendom: “verboden toegang”?

Dé toplocatie aan de Belgische kust?

Het stadsbestuur heeft het over afbraak van het zwembad om het ouder erfgoed te respecteren. Geen enkel concreet plan wordt echter getoond, alleen wat vage kreten over “groene ruimte”. Welke voorgaande toestand wil men reconstrueren in een Disneyland aanpak vol heimwee naar de goeie oude tijd: de kitscherige pergola incluis een minigolf verderop naast de Thermae? Een grasveld voor concours hippique? Om er elk jaar tenten neer te zetten voor evenementen waar vroeger de hal stond?
In afwachting waarvan? Iedereen kent de werkelijkheid: dit is een toplocatie voor bouwpromotoren. Oostende ondergaat de laatste jaren een metamorfose onder druk van projectontwikkelaars, die een torenwedstrijd begonnen zijn om het meest zicht op zee. Een herbestemming als stadshal kan ook de bouwdruk op één van de beste plaatsen aan de Belgische kust dan ook definitief wegnemen.

Naar een windvrije stadshal in een groene ruimte

Wij pleiten voor behoud van het waardevolste deel van het zwembadcomplex: de vroegere zwembadhal met daarrond een nieuwe groene open ruimte.
Uit de hal kunnen de zwembadkuip en de installaties verwijderd worden, waarmee ook het betonrot is verwijderd. Daarna zijn ook de dwarsvleugel, de trappen, inkom en hellingen, terrassen en omheiningen te verwijderen.
Kortom: ruimte vrijmaken, zodat de hal als potentiële stadshal vrij komt te staan en er ruimte ontstaat voor groen, voor paden en grasvelden. Deze groene ruimte zou kunnen aansluiten op het koningspark ernaast. We pleiten ervoor de nieuwe stadshal ook windvrij af te sluiten en van het nodige sanitair en bergingen te voorzien. Herbestemmen is een optie voor duurzaamheid en circulaire economie. Het is ook een pleidooi voor het behoud van het geheugen van de stad door het respecteren van erfgoed uit drie periodes.


Concreet vragen wij dus de essentie van dit jong erfgoed verder te ontwikkelen door een windvrije stadshal in samenhang met een groene ruimte die een verbinding maakt tussen erfgoed uit de belle epoque, de jaren dertig en de jaren zeventig. Deze drie buren kunnen elkaar in het verhaal dat ze brengen over de stad en zijn identiteit respecteren en klaar maken voor de toekomst.

En... op deze unieke plek kan Oostende een stadshal goed gebruiken (zie petitie zwembad Oostende)


(1) Open oproep 21 januari 2014
(2) Persmededeling stad Oostende 16 mei 2021
(3) Afdeling Monumenten en Landschappen, Miek Goossens Algemeen Coordinator, schrijven aan stadsbestuur Oostende. 26 september 2003
(4) Inventarislijst Bouwkundig Erfgoed 2007
(5) Oostends Actieplan Onroerend Erfgoed 2010
(6) Onroerend Erfgoed, schrijven aan TMVW en stad Oostende, D. Van Den Broucke afdelingshoofd Onderzoek en Bescherming. 28 maart 2012